
Geschiedenis
De geschiedenis van de
IJslandse Hond gaat terug tot het jaar 874, als de Vikingen
zich toe op het tot dan toe onbewoonde eiland vestigden. De
honden die zij meebrachten behoorden tot het type
keesachtige, dat al sinds de Steentijd, getuige opgravingen
uit die tijd, in de noordelijke landen voorkwam. Dit
type was ook de voorouder van de Noorse Buhund,
Västgötaspets, Lundehund e.d. Pas door de isolatie van
de honden die op IJsland terechtkwamen zouden er afwijkende
eigenschappen zijn ontstaan. Door de strenge
invoerbepalingen en de zeer geringe import van andere
hondenrassen heeft de IJslandse Hond zich vooral in de
afgelegen gebieden van IJsland goed kunnen voortplanten
zonder inmenging van andere rassen. Mede daardoor komen vele
in Europa voorkomende hondenziektes op IJsland niet voor.
Isolatie brengt niet alleen een versterking van
eigenschappen mee,
maar er schuilt ook een gevaar in. Vele
honderden jaren leefden de IJslandse Honden op hun eiland,
ze waren sterk en gezond. Tot het noodlot toesloeg en er een
hond met Hondenziekte op het eiland verzeilde en veel
IJslandse Honden besmet werden met deze dodelijke ziekte.
Deze epidemie deed zich voor in 1591 en een groot deel van
de IJslandse
Honden bleek hiertegen geen weerstand te hebben
en stierven. Bij herhaling kreeg de IJslandse Hond met
epidemieën te maken. Aan het eind van de negentiende eeuw
brak opnieuw een epidemie van hondenziekte uit,
waardoor ongeveer 75% van alle IJslandse Honden stierf.
Waarschijnlijk is gedurende die tijd het "oorspronkelijke"
ras vermengd met geďmporteerde honden, vooral Border Collies
vanuit Schotland. Het zuivere ras is eigenlijk alleen
in stand gehouden in een aantal van de afgelegen valleien
aan de Noordelijke en Westelijke kust. De schaarste zorgde
ervoor dat de echte IJslandse Hond veel waard werd. Zoveel
dat boeren grif één paard en twee schapen betaalden voor
slechts één hond! In 1901 heeft men om ongewenste
ziektes te weren de import van honden aan banden gelegd.
Een geheel ander gevaar vormden de honden die in de Tweede
Wereldoorlog door soldaten naar IJsland werden meegenomen.
Deze vermengden zich met de IJslandse Honden, en ook
daardoor liep de raszuiverheid sterk terug.
Rond het midden van de jaren vijftig van
de 20e eeuw was de IJslandse Hond zeer zeldzaam geworden.
Mark Watson uit Engeland onderkende het sluimerende
gevaar. Hij, eigenaar van de"Wensum"-kennels, stond
bekend als hondenliefhebber en -fokker. Hij interesseerde
zich in het ras en hij reisde heel IJsland rond op zoek naar
raszuivere IJslandse Honden. Daarmee begon hij een
systematisch fokprogramma, hierin bijgestaan door Páll A.
Pálson. Hij nam een aantal geselecteerde honden mee naar
Californië en toen hij naar Engeland terugging nam hij
enkele nakomelingen mee. Eén hond bleef bij Páll en vooral
deze teef heeft veel bijgedragen tot de "herverbreiding" van
de IJslandse Hond op IJsland. Met name door deze
buitenlands belangstelling voor hun nationale ras kwam ook
de interesse van enkele IJslanders op gang. Sigrídur
Pétursdóttir uit Ólafsvellir begon in samenwerking met Mark
Watson in 1967 met enkele zorgvuldig geselecteerde honden te
fokken onder de kennelnaam "frá Ólafsvellir". Tegenwoordig
kom je nog steeds weinig raszuivere IJslandse Honden
op IJsland tegen. Veelal zijn het kruisingen met andere
Europese rassen. De echte IJslandse Hond die
overeenstemt met de rasstandaard zie je voornamelijk in
Duitsland, Denemarken en Nederland.
Min
of meer bij toeval kwam De IJslandse Hond in onze streken
terecht. Af en toe verscheen de IJslandse Hond op
evenementen waar IJslandse Paarden werden uitgebracht.
Vooral in Duitsland is dat het
geval. Rond 1970 importeert
de heer Faber, tegelijk met IJslandse Paarden enkele
IJslandse Honden naar Nederland. Hoewel hij er mee fokte
werden deze honden niet ingeschreven in het hondenstamboek.
Dit gebeurde pas nadat Mw. Ans Beer-Schell in 1985 en
1986 IJslandse Honden vanuit Denemarken en Duitsland
importeerde en vanuit deze combinaties uitstekende
rastypische nakomelingen fokte. Vanwege het
doorzettingsvermogen en inzet van Mw. Beer te danken dat de
IJslandse Hond ingeschreven kon worden in het Nederlands
Honden Stamboek. Intussen is zij een algemeen erkende en
gewaardeerde autoriteit geworden op het gebied van het
fokken van de IJsland Hond in Nederland en vooral door haar
inzicht dat wij nu in Nederland kunnen beschikken over
prachtige honden met de oorspronkelijke raskenmerken en
goede karakters. Uit haar kennel
Frá Thytur
Stadir
stammen dan ook de honden waar alle
fokkers van IJslandse Honden in Nederland nu mee verder
fokken.